maandag 31 oktober 2011

Hoe werken we met drie groepen bij Lezen in beeld?

Lezen in beeld is een begrijpend leesmethode met veelaandacht voor verschillen tussen leerlingen. Maar dit wordt wel gecombineerdmet een realistische kijk op wat organisatorisch haalbaar is voor een leerkracht.De aanpak van Lezen in beeld staat voor zoveel mogelijk convergentdifferentiëren met aandacht voor onderwijsbehoeften op drie niveaus.

Vaak wordt te gemakkelijk geroepen dat ieder kind op zijn of haar eigen leestofniveau aan de slag zou moeten gaan. Bergen wetenschappelijkonderzoek geven echter aan dat dit meestal onhaalbaar is en dat een differentiatie in drie groepen het maximaal haalbare is. Verder differentiëren betekent dat de instructie- en begeleidingstijd per kind veel te gering wordt voor een goede ondersteuning en de organisatie van de les mede daardoor onhaalbaar dreigt te worden. Deze problematiek staat ook wel bekend als het ‘differentiatiedilemma’. De onderstaande discussiefilm werkt deze problematiek in het kort uit.



Om het allemaal zo haalbaar mogelijk te houden, gaat Lezen in beeld in principe uit van convergente differentiatie. Dit wil zeggen dat zoveel mogelijk leerlingen, liefst alle, bezig zijn met dezelfde doelen en leerstof. Maar niet allemaal op dezelfde manier, want hun onderwijsbehoeften verschillen. Om die reden staat, net als bij Taal- en Spelling in beeld, de hele les in leerlingtaal en leerlingmateriaal. Daardoor ontstaan mogelijkheden om te werken in drie groepen, die verschillen in de manier waarop ze de les aangeboden krijgen.

De eerste groep bestaat uit leerlingen die weinig ondersteuning nodig hebben. In principe gaat het hierbij om de kinderen met een goede leesvaardigheid, een goede werkhouding en permanent goede scores op de methodegebonden- en niet methodegebonden begrijpend leestoetsen. Ze kunnen zelfstandig door de les heen gaan, waarbij ze een complete les, inclusief instructie, aangeboden krijgen. Ze krijgen de uitleg echter niet mondeling, maar lezen deze zelfstandig door.

De tweede groep bestaat uit kinderen die wat meer moeite hebben met de stof en meer begeleiding nodig hebben. Zij hebben meer ondersteuning nodig om tot goede prestaties te komen. Voor hen zullen de fasen 'op verkenning', 'uitleg' en 'terug kijken' meestal interactief gebracht worden. Hierbij heeft de leerkracht een sturende rol. Bij de fase 'aan de slag' zullen zij al vrij snel zelfstandig gaan werken.

De derde groep wordt gevormd door de kinderen die veel begeleiding nodig hebben om de doelen te kunnen bereiken. Zij krijgen de aanpak van de tweede groep, maar de instructie wordt daarna nog verlengd door een gedeelte van de opdrachten van de fase 'aan de slag' ook nog samen te doen en de instructie daarin te herhalen en toe te passen.

Er zijn echter ook scholen die een stapje verder gaan. Zij laten zeer leesvaardige leerlingen, die een permanente A-score hebben op de Cito-lovs-toetsen begrijpend lezen, (soms) niet meer werken aan de basislessen. Deze kinderen gaan op dat moment zelfstandig aan de slag met de leestaken uit hetextra pakket Leesstudio. Op zich een mogelijkheid om te overwegen, want regelmatig zullen deze kinderen in de basislessen aan de slag gaan met doelen die ze al grotendeels bereikt hebben. Kwaad kan het niet direct, maar voor hen hebben de lessen natuurlijk wel minder rendement. Ook is het mogelijk dat hun motivatie hierdoor vermindert. Door meer te werken met Leesstudio kan ditvoorkomen worden. De leerlijn van Leesstudio is hetzelfde als bij Lezen in beeld, maar de instructie-inhouden krijgen bewust wat minder aandacht. Tevens wordt de motivatie van deze kinderen scherp gehouden doordat ze binnen het werken met Leesstudio wekelijks aan de slag kunnen met een nieuwe actuele leestaak, gerelateerd aan nieuws dat het journaal heeft gehaald.

Jos Cöp

Geen opmerkingen:

Een reactie posten