vrijdag 23 maart 2012

Hoe kunnen we werken met maatjes?

Taal in beeld is een organisatorisch flexibele methode. Doordat alle leerstof in leerlingtaal en in leerlingmateriaal staat, ontstaan maximale mogelijkheden voor zelfstandig leren. Hiermee kan de les volledig afgestemd worden op de onderwijsbehoeften van de leerlingen. Met als motto: zelfstandig leren als het kan en begeleid leren als het moet.

Het zelfstandig leren kan individueel gebeuren, maar alle opdrachten zijn ook geschikt voor samenwerkend leren. Hierbij moet niet gedacht worden aan complexe vormen waarbij het samenwerkingsdoel het taaldoel gaat overheersen, want uiteraard blijft het gewoon de taalles. Daarom is het samenwerkend leren in Taal in beeld vooral gericht op duoleren of maatjeswerk.

De basis van maatjeswerk is dat twee kinderen samen een les gaan maken. Dit kan uitmonden in een werkwijze waarbij ze, naast elkaar zittend, individueel aan de slag gaan en elkaar om hulp vragen als het nodig is. Dit is de meest basale vorm en het effect is dat leerlingen elkaar kunnen helpen en elkaars eerste aanspreekpunt zijn als er problemen opgelost moeten worden. Voor veel kinderen biedt dit de extra structuur die ze nodig hebben om effectief zelfstandig te kunnen leren. Op een eenvoudige en haalbare manier. Voor de leerkracht ontstaat hierdoor een situatie waarbij het mogelijk wordt om zich gedurende langere tijd te richten op andere dingen, zoals de speciale hulp aan zorgleerlingen. Hij of zij is niet meer voortdurend het eerste en enige aanspreekpunt als er hulp nodig is.

Maatjeswerk kan ook op een hoger niveau plaatsvinden, namelijk in de vorm van coöperatief leren: daadwerkelijk dingen samendoen. Hierbij komen leerlingen in onderling overleg tot oplossingen en leren daarmee van elkaar. Deze manier van duoleren is niet alleen een goede organisatorische oplossing die de leerkracht kan ontlasten, maar vergroot ook de samenwerkingsvaardigheden bij de betrokken leerlingen.

Bij maatjeswerk is het belangrijk om duo’s regelmatig te veranderen. Vaste samenwerkingsverbanden betekenen dat kinderen altijd in dezelfde rol terecht gaan komen. Altijd de underdog, de beterweter, de langzaamste of de stilste. Om het coöperatieve element echt goed uit de verf te laten komen, is één keer per maand de duo’s wijzigen een goede ingreep, die ook het leren ten goede komt. Door wisselende rollen maken de steeds veranderende niveauverschillen binnen het tweetal dat kinderen de leerstof op verschillende manieren moeten doordenken. Ten eerste om het zelf echt goed te snappen en ten tweede om het ook uit te kunnen leggen aan andere kinderen. Dit laatste vraagt meer, omdat er een perspectiefwisseling bij komt kijken. Je moet kunnen snappen wat de ander niet snapt en hem of haar vervolgens op weg kunnen helpen.

Bij maatjeswerk staat het tweetal centraal. Toch zijn ook de duo’s binnen een tafelgroep eenvoudig op elkaar te betrekken. Als het ene duo ergens niet uitkomt, is het andere duo het volgende aanspreekpunt. Levert dit ook geen oplossing op, dan kan de tafelgroep de vraag (al of niet via een attentiesysteem) aan de leerkracht of klassenassistent voorleggen. Met als resultaat: kinderen die leren samenwerken, een productief werkklimaat, een regisserende leerkracht en een taalles die klinkt als een klok. Pure winst dus.

Jos Cöp

Met dank aan de teams van de Jenaplanscholen De Canadas en De Peppels uit Boxmeer en Jos Gerards.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten