donderdag 16 februari 2012

Hoe kunnen we een spellingprobleem extra aan de orde laten komen?

De Cito-LOVS-toetsen zijn op vrijwel alle scholen weer afgenomen. Dat is mooi, want het is heel belangrijk om ook vanuit een methode-onafhankelijke invalshoek de resultaten regelmatig door te lichten. Het geeft extra informatie bovenop de reeds beschikbare gegevens uit de methodetoetsen.

Methodegebonden toetsen zijn bedoeld om na te gaan of de aangeboden leerstof is opgepikt door de leerlingen. Op basis hiervan kan bij Spelling in beeld in de vierde week van ieder blok en in de breekweken extra herhaald worden als het nodig is. De informatie die niet methodegebonden toetsen hieraan toevoegen is van een andere orde. Deze toetsen vergelijken het spellingniveau van een leerling met een groot aantal andere kinderen. Dit leidt tot een antwoord op de vraag hoe goed een leerling nu eigenlijk is op het gebied van spelling. Dit is de informatie die ouders zo graag willen weten en het zal daarom de basis van een rapportbeoordeling moeten zijn.

Gezien de verschillende insteek en doelstelling van de genoemde toetsen, is het best mogelijk dat er een verschil is in de resultaten. Ook al is dit zeker niet abnormaal, toch is het goed om altijd na te gaan waar dit verschil in zit. Het kan bijvoorbeeld te maken hebben met verschillen in de getoetste leerstof, het tijdstip waarop getoetst wordt of de normering van de toetsen zelf. In de tweede helft van 2011 heeft het Cito de normering van de LOVS-toetsen naar beneden bijgesteld. Schijnbaar lag de lat van deze toetsen te hoog. Mocht u gebruik maken van deze toetsen, dan is het belangrijk om er zeker van te zijn dat u de meest recente normeringtabellen van het Cito gebruikt. Meer informatie hierover vindt u op de website van het Cito.
Na het afnemen van de toetsen zullen de meeste scholen zichzelf de vraag stellen hoe de leerlingresultaten en het spellingonderwijs als geheel ervoor staan. Altijd goed om dat periodiek te doen, want meten is weten. Zonder een aansluitende analyse is meten een doel op zich geworden en dat kan nooit de bedoeling zijn.

Regelmatig komt er uit zo'n analyse dat een aantal spellingcategorieën nog extra aandacht vragen. Herhaalde instructie en extra oefening zijn dan de meest zinvolle activiteiten. Spelling in beeld is een zeer flexibele spellingmethode. Dit betekent dat iedere spellingcategorie op ieder moment herhaald kan worden: zowel de instructie- als de oefenmomenten. Hieronder beschrijven we de mogelijkheden die er zijn:

Extra instructie met de uitlegkaarten
Bij ieder spellingprobleem is een Uitlegkaart gemaakt. Deze wordt aangeboden in de les, maar kan ook los hiervan gebruikt worden bij een herhalingsactiviteit. Om te weten welke Uitlegkaart u nodig heeft, kunt u gebruik maken van het overzichtsschema.

Extra spellingtaken met Spelling in beeld extra
Spelling in beeld bevat naast spellinglessen ook spellingtaken. Deze staan op een speciale website, genaamd Spelling in beeld extra. Hier kunt u klikken op de spellingcategorie die u extra aan de orde wilt laten komen. Vervolgens openen de spellingtaken die horen bij dit spellingprobleem. Iedere spellingtaak bevat een beschrijving, een uitleg en een oefenblad.

Extra uitleg en oefening met het computerprogramma Spelling in beeld
Het complete leerstofaanbod van de methode is ook terug te vinden in de leerlingsoftware. Ieder spel staat in het teken van een spellingprobleem. Het spel start met een korte uitleg die afgeleid is van de reeds genoemde Uitlegkaarten. Als u leerlingen heel gericht wilt laten oefenen met een bepaald spellingprobleem, dan kunt u met behulp van deze jaargroepschema's zien in welk spel het probleem aan de orde komt.

Extra uitleg en oefening met het leerspel Spellingspoor
Met Spellingspoor kunt u in een kleiner groepje instructie geven en oefenen. U neemt het woordkaartje dat hoort bij het spellingprobleem dat aan de orde is. U plaatst het in het steuntje, waardoor het een woordtrein wordt. De woordtrein rijdt vervolgens langs een aantal stations, waarop spellingactiviteiten plaatsvinden. Deze worden uitgewerkt op een persoonlijk spelblad. Als geïntegreerd instructiemiddel maakt u gebruik van de bijgevoegde set Uitlegkaarten.

Extra oefening met kopieerbladen
In de kopieermap van Spelling in beeld is voor iedere behandelde spellingcategorie een kopieerblad opgenomen. Hiermee kan extra worden geoefend met woorden die horen bij het betreffende spellingprobleem. De uitleg kan toegevoegd worden door gebruik te maken van de Uitlegkaarten.
Samenvattend kunnen we zeggen dat er binnen Spelling in beeld veel mogelijkheden zijn om op ieder gewenst moment een spellingprobleem te herhalen. Dit kan digitaal of op papier en in een grote of een kleine groep. En natuurlijk met of zonder instructie.

Jos Cöp

maandag 28 november 2011

Is Leesstudio een zelfstandige begrijpend leesmethode?

Leesstudio is een pakket dat ontwikkeld is bij de begrijpend leesmethode Lezen in beeld. In aanvulling op de basislessen van deze methode biedt Leesstudio extra leer- en oefenstof, deels in de vorm van algemene leestaken en deels in de vorm van actuele leestaken. De algemene taken zijn terug te vinden in de Leesstudiodoos en actuele taken in het bijbehorende digitale pakket Leesstudio actueel. Bij dit laatste onderdeel hoort ook de Meelezer, het interactieve instructieprogramma voor het digitale schoolbord.

Regelmatig krijgen wij de vraag of Leesstudio ook een zelfstandige begrijpend leesmethode kan zijn, zonder gekoppeld te worden aan Lezen in beeld. Een heel interessante vraag. Om een goed antwoord te geven moeten we de volgende deelvragen beantwoorden:
  • Is Leesstudio gemaakt als zelfstandige methode?
  • Voldoet Leesstudio aan de referentieniveaus en de kerndoelen?
  • Biedt Leesstudio voldoende leerstof voor alle kinderen?

Is Leesstudio gemaakt als zelfstandige methode?
Nee, Leesstudio is niet gemaakt als zelfstandige methode. Het is een extra pakket bij de methode Lezen in beeld. Leerlingen kunnen ermee aan de slag als ze eerder klaar zijn. Maar het pakket kan ook ingezet worden als extra begrijpend leesles in de week, waardoor er niet één maar twee begrijpend leeslessen aangeboden kunnen worden. Omdat deze tweede les gegeven kan worden op basis van de directe actualiteit (met de actuele leestaken), vinden veel scholen het een interessante toevoeging.

Voldoet Leesstudio aan de referentieniveaus en de kerndoelen?
Recentelijk heeft de SLO de methode Lezen in beeld (inclusief Leesstudio) gescreend op de kerndoelen. Het zal u bekend zijn dat deze doelen tevens de fundering zijn van de nieuwe referentieniveaus. Een positieve uitkomst op deze screening betekent dan ook dat de methode klaar is voor de referentieniveaus. De uitkomst van het onderzoek van de SLO was dat Lezen in beeld volledig voldoet aan de kerndoelen. U vindt het rapport hier. Bij deze analyse is niet apart gekeken naar Leesstudio, dus daarmee is geen onafhankelijk uitsluitsel gegeven of  Leesstudio als zelfstandig pakket ook voldoet aan de kerndoelen.

Toch is vrij eenvoudig vast te stellen dat dit wel het geval is. De overheid heeft voor het vak Nederlandse taal twaalf kerndoelen (herziening 2006) geformuleerd. Voor begrijpend lezen zijn vijf kerndoelen (gedeeltelijk) relevant.

Kerndoel 4: De leerlingen leren informatie te achterhalen in informatieve en instructieve teksten, waaronder schema's, tabellen en digitale bronnen.
Kerndoel 6: De leerlingen leren informatie en meningen te ordenen bij het lezen van school- en studieteksten en andere instructieve teksten, bij systematisch geordende bronnen, waaronder digitale.
Kerndoel 7: De leerlingen leren informatie en meningen te vergelijken en te beoordelen in verschillende teksten.
Kerndoel 9: De leerlingen krijgen plezier in het lezen en schrijven van voor hen bestemde verhalen, gedichten en informatieve teksten.
Kerndoel 10: De leerlingen leren bij de doelen onder 'mondeling taalonderwijs' en 'schriftelijk taalonderwijs' strategieën te herkennen, te verwoorden, te gebruiken en te beoordelen.

Bij Lezen in beeld is geconcludeerd dat alle vijf de kerndoelen erin zitten. Verweven in de zes brede leesstrategieën die in de methode aan de orde komen, hebben alle kerndoelen een herkenbare plaats gekregen. Leesstudio is gemaakt op basis van exact dezelfde leerstofopbouw als Lezen in beeld, dus ook in dit pakket zijn de doelen, zij het in compactere vorm, aanwezig.

Biedt Leesstudio voldoende leerstof voor alle kinderen?
Dit is een lastige vraag omdat niet alle kinderen hetzelfde nodig hebben. In iedere klas zijn er leerlingen die aan een beetje instructie en wat oefening voldoende hebben om de doelen te bereiken. Of zelfs zonder het onderwijs de doelen al bereiken. Voor hen zal Leesstudio voldoende bieden om een goede begrijpend lezer te worden.
Dan zijn er kinderen die meer instructie, begeleiding en oefening nodig hebben om ook zo goed te worden. Meer kan dan zijn een beetje meer of zelfs heel veel meer. Ergens zit een zeer compact pakket als Leesstudio aan de grens van haar mogelijkheden. Voor minder goede begrijpend lezers raden wij daarom aan om naast Leesstudio ook de gestructureerde aanpak van de methode Lezen in beeld te gebruiken. Ze sluiten naadloos op elkaar aan, dus in die zin zijn er geen belemmeringen.

Voor ons als methodemakers is het natuurlijk ook bijzonder interessant om te weten welke kinderen al genoeg hebben aan het programma van Leesstudio en welke leerlingen juist de schoolsere en meer gestructureerde aanpak van Lezen in beeld hard nodig hebben. Om dit te achterhalen op basis van ervaringsgegevens zijn een aantal scholen samen een proefproject Leesstudio aan het uitvoeren. Deze scholen werken in principe alleen met Leesstudio. Bij het project is er sprake van voor- en een nametingen om de vorderingen vast te stellen. Vervolgens wordt gekeken naar de relatie tussen aanpak, leertijd en leerlingprestaties. Verder wordt ook gemeten hoe de ontwikkeling is als het gaat om het plezier in het vak begrijpend lezen. Het project is gestart aan het begin van het schooljaar 2011-2012 en duurt in principe twee jaar. De definitieve conclusies laten dus nog even op zich wachten.

Jos Cöp

woensdag 23 november 2011

Moeten we de werkwoordspelling apart beoordelen?

Spelling in beeld laat spelling en de werkwoordspelling in één methode aan de orde komen. Daarbij wordt de leerstof gecombineerd in dezelfde blokken aangeboden. Uiteraard vormen de problemen van de werkwoordspelling wel aparte spellingcategorieën. Maar in hoofdzaak zijn spelling en werkwoordspelling wel één.

Ook vanuit het perspectief van de spellingstrategieën is het meer één dan het lijkt, want de werkwoordspelling kan echt simpeler en krachtiger dan in veel klassen gebeurt. Achter het spellen van werkwoorden schuilt namelijk vaak niet de problematiek van de werkwoordspelling. Dat hangt namelijk af van de vorm waarin het werkwoord staat. De deelwoordvorm (voltooid deelwoord) en de woordenboekvorm (hele werkwoord, infinitief) schrijf je goed op basis van de normale spellingregels en strategieën (klankstrategie, regelstrategie, onthoudstrategie, analogiestrategie). Veel fouten in deze vormen zijn een gevolg van het onjuist of niet toepassen van de regels bij de open- en gesloten lettergrepen of de verlengingsregel. Het doorzien in welke vorm het werkwoord, in combinatie met het correct toepassen van de genoemde regels, kan heel veel werkwoordspellingfouten voorkomen. Er is geen kind dat ‘het gestrande schip’ met dubbel d zou willen schrijven. Deze fout ontstaat pas als er sprake is van verwarring, namelijk de verwarring met de dubbele medeklinker in de persoonsvorm verleden tijd van de regelmatige werkwoorden. Kortom, het zijn verwarringsfouten die voorkomen kunnen worden wanneer leerlingen de vorm van het werkwoord goed kunnen herkennen.

Vrijwel alle werkwoordspellingproblemen zitten alleen in de persoonsvorm van werkwoorden en dan vooral op de volgende punten:
- in de tweede persoon tegenwoordige tijd (word jij) en derde persoon tegenwoordige tijd (hij vindt);
- de verleden tijd van regelmatige werkwoorden (ik praatte, wij rustten);
- de verleden tijd met een ~d of een ~t (hij besefte, wij renden).

Een heel simpele, korte samenvatting om persoonsvormen van werkwoorden goed te kunnen schrijven, bestaat eigenlijk uit 4 simpele stappen:
1. Is het werkwoord de persoonsvorm?
2. Ja? Twijfel je in de tt? Denk aan het werkwoord lopen. (Toelichting: je hoort hier de eventuele ~dt.)
3. Ja? Twijfel je in de vt? Denk aan ’t kofschip. (Toelichting: je weet nu of de verleden tijd op te(n) of de(n) eindigt.)
4. Geen pv? Dan gelden de gewone spellingregels.








Als kinderen dit beheersen, schrijven ze 98% van de werkwoorden goed. Die laatste twee procent moet wellicht niet eens aangeboden worden op de basisschool, want hierdoor ligt de verwarring direct op de loer. Voor veel kinderen betekent deze verwarring dat ze in ongeveer 5% van de werkwoorden verwarringsfouten gaan maken. Het verder uitdiepen van uitzonderingen spant voor hen het paard achter de wagen. Het is een voorbeeld dat het gevaar kan schuilen in de perfectie.

Overigens hebben werkwoordspellingfouten vaak ook een andere oorsprong. In de les gaat het allemaal goed en weten kinderen precies hoe het moet. Maar in de transfer, de toepassing in hun eigen tekst, zijn de fouten er weer. Soms door gebrek aan aandacht, maar soms ook door de manier waarop we teksten maken. Tien vingers blind typen gaat razendsnel, dus de spellingdenktijd is relatief gering. Veel minder dan bij schrijven of gewoon typen met twee vingers. Dit is geen pleidooi voor minder snel of niet typen, maar het geeft wel aan dat onze manier van tekstproductie wellicht niet helemaal losstaat van de uiteindelijke kwaliteit van de spelling. Gelukkig zal de spellingcorrector ons hier vaak weer bij helpen.

Het bovenstaande geeft aan dat er toch een grote verwevenheid is tussen de ‘gewone’ spelling en werkwoordspelling. Vanuit de inhoud is er alles voor te zeggen om ze onder één noemer te beoordelen. Werkwoordspellingfouten kunnen heel goed hun oorsprong hebben in de gewone spelling, waardoor een aparte beoordeling regelmatig een ongeldige conclusie oplevert. Het kind is niet slecht in het spellen van de werkwoorden, maar het heeft een aantal andere spellingzaken nog onvoldoende op een rijtje.
Van de andere kant kunnen praktische zaken als de indeling die het Cito hanteert best doorslaggevend zijn om het wel apart te benoemen. Foute keuzes bestaan hierbij dus niet, maar het gaat erom wat je als school het belangrijkste vindt. Volg je meer de inhoudelijke lijn of kies je voor een meer pragmatische oplossing?

Jos Cöp en Paul Stapel.